U bent hier : Homepagina » Duikschool » Artikels » Zuurstof brengt een duiker dikwijls ’terug’

Zuurstof brengt een duiker dikwijls ’terug’

Veiligheidsaspekten - deel 2

D 9 augustus 2014     H 18:43     A Karel Vanlauwe    


agrandir

Het is gemakkelijk te denken dat ongevallen alleen anderen overkomen. Zeker bij het duiken denken we dat als we de regels volgen en de veiligheidsrichtlijnen naleven, ons niets kan overkomen.

Dit is dikwijls waar. Maar ooit kan er een tijdstip komen dat wijzelf, onze buddy of iemand die ons dierbaar is, eerste hulp nodig heeft.

Velen onder ons hebben wel één of andere eerste hulpvoorziening voor buitenshuis en wij als duikers hebben dikwijls een goed gevulde eerste-hulp-koffer. Maar een eigen zuurstofkoffer, hola, die is duur, zwaar en wij hebben die toch nooit nodig, juist ...?

Dat willen we toch graag denken. Maar vraag iedereen die ooit geholpen is geweest door iemand die weet hoe hij zuurstof moest toedienen ; deze personen vertellen een heel ander verhaal.

« Het moest de duiktrip van zijn leven worden voor Bert. Maanden had hij uitgekeken naar deze duikreis. Hij en zijn broer hadden hun D2 gehaald in de herfst en nu gingen samen naar de alom geprezen Rode Zee. De winter ontvluchten. »

Bert had aan het begin van zijn duikcarrière wel aangegeven dat zijn bloeddruk aan de hoge kant was en dat hij hiervoor medicatie nam. Hierdoor had hij een uitgebreid medisch onderzoek moeten ondergaan vooraleer hij de cursus mocht volgen.

Toen de dokter zijn zegen gaf leken zijn problemen voorbij.

De eerste dagen van de duikreis deed Bert het rustig aan. Ze maakten 6 duiken doch niet dieper dan 12 meter ! Alles ging prima.

Rond 10.00 uur in de voormiddag van de derde dag echter veranderde alles.

Ze doken op een wrak dat tussen de 24 en 30 meter lag.

« Het water was nogal woelig », herinnerde Bert zich, « We besloten om zo snel mogelijk in het water te springen om niet zeeziek te worden. Ik voelde me wel wat zeeziek, dus was ik blij toen we in het water lagen en richting wrak doken. »

Bert bereikte de bodem waar hij heel lichte symptomen van evenwichtsproblemen vertoonde. Plots voelde hij een doofheid, een prikkelend, tintelend raar gevoel in zijn gezicht. Omdat hij nog nooit op 30 meter was geweest, weet hij dit raar gevoel aan de diepte. « Het voelde alsof er naalden in mijn gezicht werden gestoken », herinnert Bert zich.

De groepsleider realiseerde zich dat er iets niet klopte. Temeer omdat een andere duiker van de groep problemen had met zich te balanceren gebood hij de groep te stijgen naar het oppervlak. Bert had nochtans slechts enkele minuten bodemtijd toen hij het signaal kreeg om te stijgen.

« Toen ik boven kwam, wist ik dat ik in de penarie zat », zei Bert, »Ik was slechts een tiental meter van de boot verwijderd en probeerde teken te doen naar de schipper. Plots kon ik niet meer bewegen, zelfs niet meer spreken ! »

De schipper, die al volop bezig was te manoeuvreren om andere duikers uit het water te halen, zag snel de problemen die Bert had en voer ernaartoe.

Ze trokken Bert aan boord en gaven hem onmiddellijk zuurstof.

« Ik voelde me net een blik spa, het leek wel of ik vanbinnen vol bellen zat.
Mijn armen wilden niet meer en dan begonnen zowel mijn armen als benen te schudden. Toen dat stopte was ik volledig verlamd en kon zelfs niet meer spreken. » Bert was doodsbang en wist niet wat er gaande was. Hij dacht dat hij dood zou gaan. Het enige dat hij kon doen was daar liggen en denken aan het feit dat het dichtst bijgelegen hospitaal meer dan 100 km ver weg was. Tegen de tijd dat de boot weer in het duikcentrum aankwam begon de zuurstof effect te hebben en Bert begon erop vooruit te gaan. « Ik kon mijn linkerarm bewegen en kon weer spreken. »

De verpleegster in het duikcentrum wou hem geruststellen. « Het voelde allemaal nog als prikken en steken in mijn lichaamsdelen. »

Een kustwachthelicopter , die reeds gealarmeerd was, nam Bert mee naar het hospitaal met zijn hyperbaar centrum. Onderweg bleef men zuurstof toedienen. Gelukkig voor Bert was hij in de verschillende fazen goed opgevangen. Hij was snel uit het water, kreeg onmiddellijk en continu zuurstof en ondanks het feit dat de caisson zo ver was lag hij 4 uur na het ongeval al in de hogedrukkamer.

Eerst dacht men dat Bert een hartinfarct of hersenbloeding had gekregen, zei de schipper achteraf. Maar de scans die achteraf genomen werden sloten dit zo goed als zeker uit.

Bert had waarschijnlijk een zeer zware deco opgelopen in het ruggemerg. Waarom dit echter gebeurde tijdens zo’n korte duik was onduidelijk.

Wat men niet kon uitsluiten is dat de medicatie die hij nam voor zijn hoge bloeddruk de zaak gecompliceerd hadden. Zijn herstel echter illustreerde de efficiëntie van de O2-toediening vroeg na het ongeval en het snelle transport naar de caisson.

De vooruitzichten waren goed, ondanks het feit dat hij verlamd was. Het feit dat hij zo vroeg na het beginnen van de symptomen O2 heeft gekregen was een essentiële factor die al enkele symptomen had weggenomen tijdens de boottrip en hem ook had gestabiliseerd waardoor shock vermeden kon worden. Hij kwam dus al gestabiliseerd aan in de caisson. Bert moest wel nog diverse malen behandeld worden in de caisson, doch de verlamming herstelde volledig en hij had geen restletsels.

Dit is deels te wijten aan de snelle respons van de schipper en vlotte transport maar vooral het ononderbroken toedienen van O2 gedurende dit alles.

Als je denkt dat Bert geluk had, dan zijn er anderen die meer geluk hadden.......

Het was het eind van de zomer. Binnen enkele weken zou David het ouderlijk huis verlaten en op een Sint-Maarten gaan studeren. Het toerisme is slap in de zomer op de Caraïben en op deze ochtend had het Saba Deep Dive Center op het nabijgelegen Saba geen duikers om mee te nemen. David besloot om samen met zijn vrienden van Saba Deep, zoals ze het noemden, een ochtendduik te maken.

Zijn buddy’s waren een instructeur en een verpleegster (Sandy). De eerste duik die ze deden was een erg diepe : 61 meter. Het was een korte duik en ze rustten erna uit in de zon gedurende anderhalf uur oppervlakte-interval. De anderen besloten een tweede duik te doen. David, die een fanatieke vrijduiker was, besloot te gaan vrijduiken. Hij deed dit al jaren en kon het erg goed. Hij deed aan relaxatieoefeningen en minimale inspanning-duiktechnieken. Hij kon het zover drijven dat hij 3 minuten op een diepte van ongeveer 20 minuten kon blijven zonder zich te forceren. Deze ochtend wilde hij echter geen records breken, gewoon een beetje plezier maken. Hij deed zijn relaxatieoefeningen, hierbij traag en diep ademhalend en gleed in het 28 °C warme water. Langs het ankertouw zwemmend deed hij nog een O.K.-teken naar een persluchtduiker op 18 meter. Voor hij wist wat er gebeurde verloor hij het bewustzijn ; een slachtoffer van de ondiep-water-black-out.

Toen de instructeur Rob David in syncope zag was dit op een diepte van 37 meter. Hij reageerde onmiddellijk want David zonk nog verder weg in de richting van de bodem. Zonder aan zichzelf te denken dook hij achter hem aan en schoot naar boven met het levensloze lichaam. Het volgende probleem was de bijna 2 meter lange en 95 kg wegende David aan boord van het duikschip te krijgen.

Het was zo erg dat ze hem bij zijn haar uit het water kregen (nvdr : voor bootreddingen : zie desbetreffend hoofdstuk).

David was nog steeds bewusteloos en ademde niet. Ook was er geen pols voelbaar. Rob en Sandy begonnen te reanimeren en na enkele cycli begon David eindelijk te ademen. Hij gaf over en begon bloed op te hoesten en kreeg stuipen (convulsies). Hierop gaven Rob en Sandy onmiddellijk zuurstof volgens vraag. Het had ongeveer 4 à 6 minuten geduurd sinds David was gestopt met ademen.

Alhoewel er vele gevallen van onderdompeling en bijna-verdrinking gekend zijn zonder blijvend hersenletsel als gevolg was de prognose voor David slecht. Het water was te warm om zijn metabolisme te hebben vertraagd, en hij had verschillende minuten zonder O2 gezeten wat bijna zeker onherstelbare hersenbeschadiging veroorzaakt. Er waren echter nog meer problemen in het verschiet voor David zijn redders. Nadat ze hem met een rotsnelheid naar Saba’s spoedafdeling gebracht hadden en eveneens DAN gecontacteerd hadden, bleek dat hij verder moest om te worden behandeld in het U .S. Navy hospitaal omdat die een caisson hadden. Doch de heli die dit moest doen was gestationeerd met mechanische problemen. Daarbovenop kon op Saba alleen geland worden door heli’s en vliegtuigen die een heel korte landingsbaan nodig hebben. Geen van deze was beschikbaar. Dan maar naar het Sint-Maarten Hospitaal.

Achteraf bekeken waren deze toestanden in zijn voordeel. Hij had namelijk erg veel water geslikt en de dokters op St.-Maarten intubeerden hem snel om hem te helpen ademen. Als hij verder was gegaan naar het U.S. Navy hospitaal had de lange vlucht dit intuberen verhinderd met ernstige longschade tot gevolg. Twee uur later en nog steeds in coma, werd David per heli naar het U.S. Navy hospitaal gebracht.

Twee dagen later werd zijn toestand slechter in plaats van beter. Longontsteking en bloedinfectie door het geinhaleerde zeewater ; de vooruitzichten werden erg somber. Men gaf hem 50% kans. Ondanks dit alles werd hij 8 dagen later wakker en een week na zijn miraculeuze herstel kon hij zijn studies aan de universiteit aanvatten... Waarom ?
David dankt zijn leven aan de professionele hulp van Rob en Sandy en al de anderen die hem geholpen hebben. De doktoren staan tot op heden versteld van zijn herstel en hebben zijn geval uitvoerig onderzocht. Zijn E.E.G. en hersenscan zijn normaal. Alhoewel er vele vragen over zijn ongelooflijk herstel blijven zijn de doktoren het erover eens dat indien hij geen O2 had gekregen onmiddellijk na zijn reanimatie en tijdens het transport naar de spoeddienst dan zou hij er vandaag niet meer zijn.

Elk jaar zijn er vele duikers het slachtoffer van een deco of een ander met duiken verbonden ongeval. In vele gevallen maakt zuurstoftoediening door geoefende mensen het verschil tussen volledig herstel of restletsels en zelfs de dood. Zuurstof is het beste en eenvoudigste middel dat we hebben in noodgevallen. Als er ooit twijfel is tussen gebruiken of niet, vooral niet nadenken, geven !

Soms is, zoals bij David, het onmiddellijk nut niet duidelijk of ver te zoeken doch achteraf blijkt het altijd nuttig. Zoek zelf eens iemand die ooit zuurstof heeft moeten krijgen en je zult geboeid luisteren naar zijn/haar verhaal. Zelf heb ik onlangs naast mijn activiteiten binnen de groep hulpverlener-duiker de cursus oxygen-provider gevolgd en ik was verbaasd over wat ik allemaal nog heb bijgeleerd. Alleen zuurstof toedienen tijdens de cursus hulpverlener duiken is te weinig. Dit zou bij elke opleiding aan bod moeten komen en dikwijls herhaald moeten worden. Het is duidelijk dat dit dikwijls levensreddend is voor als ‘die andere duiker’ iets overkomt. Genoeg gemoraliseerd, ieder trekt zijn conclusies maar.