U bent hier : Homepagina » Duikschool » Artikels » Decompressieduiken WAS taboe

Decompressieduiken WAS taboe

Veiligheidsaspekten - deel 6

D 1 maart 2015     H 15:28     A Karel Vanlauwe    


agrandir

“Ooit dierf men er niet luidop over praten, vandaag echter zouden goede decompressieprocedures een deel moeten zijn van elke duikopleiding”

A. Decompressieduiken is « in ».

Vier redenen :

1. We leren dat elke duik een decoduik is

We verzadigen en we ontzadigen. Bovenkomen met teveel stikstof, dus te weinig ontzadiging leid onvermijdelijk tot N2-bellen. Een veiligheidsstop is niets anders dan een deco-stop. Traag stijgen is een decompressietechniek.

Dus zonder het te weten ben je eigenlijk al een deco-duiker.

2. We doen het graag

Er is geen enkele reden om het niet te doen op voorwaarde dat we een goede opleiding hebben ondergaan, goed materiaal ervoor hebben en geoefend zijn. Beschouw het als een techniek om maximaal van je duiken te genieten.

3. We zijn geautomatiseerd

Tegenwoordig duikt bijna iedereen met een computer. Deze vertelt ons continu wat we moeten doen en waar we onze decompressietrappen moeten maken. Dit via een dieplog, grafische weergave, geluiden, ...

4. We zijn dom

Het is overdreven gesteld maar vol met stikstof zijn we trager, dommer en minder alert. Gelukkig is decompressie een redelijk simpele procedure. Je stijgt naar een op voorhand bepaalde diepte en je blijft er rondhangen zolang je van je computer moet. Dan ga je wat hoger, even rondhangen, enz.. Val dus vooral niet in slaap ! Maar laat je vooral niet vangen, want als er iets fout gaat trekken deze duikers aan het kortste eind. De sleutel tot verantwoord deco-duiken is voorbereiden en plannen wat er fout zou kunnen gaan.

B. Hoe gaat het met de opleiding ?

De meeste duikers worden nu wel bewust gemaakt dat een goede deco-techniek belangrijk is en de meeste federaties schenken hier ook aandacht aan, doch structureel aanleren van een duik met geplande deco zit in weinig opleidingsplannen (ook niet bij PADI, SDI, SSI, NAUI)

We leren wel dat we onze stops moeten maken en wanneer maar weinig aandacht gaat uit naar een accurate en precieze uitvoering. Als je een groep sportduikers in het blauw ziet hangen zie je pas hoe jojo-achtig het er allemaal uitziet.

Met deze techniek kom je ook een heel eind omdat de duiken dikwijls geen echte deco-stops vereisen en het veeleer om veiligheidstrappen gaat.

Maar bij geplande deco-duiken zijn de stops een onmisbaar geheel in het duikprofiel. Als je dan beslist of onbewust je decotrap uitvoert op 5 i.p.v. 6 meter of 2 i.p.v. 3 meter zou je wel eens ervaring opdoen met de symptomen van decompressie-ziekte.

C. Planning

Methode 1

Gebruik tabellen om een duikprofiel te voorspellen dat ook trappen vereist. Zo kan je ook op voorhand plannen welke luchthoeveelheid je nodig hebt voor de ‘bodemtijd’ en welke luchthoeveelheid voor je ‘deco-tijd’ (plus stijgen). Met dit scenario kan elke duiker normaal een duik plannen zodat hij genoeg lucht heeft om het geheel veilig af te werken.
Wat meer en meer gebeurd is dat duikers de standaardtijden voor gewone lucht afwerken met een verrijkt mengsel, dit om een extra veiligheidsmarge te bekomen.

Methode 2

De duik plannen terwijl ze plaats vindt, evenals decompressie. Dit doe je met een duikcomputer en laat veel meer variatie en vrijheid van uitvoering toe.

Het belangrijkste bij deze manier van duiken is weten of je altijd genoeg lucht zal hebben om alle eventuele trappen af te werken. Het is dus belangrijk dat je je verbruik kent en continu kunt herberekenen in geval van onvoorziene omstandigheden (of een lucht geïntegreerde computer hebt).

Een veel gebruikte regel is die uit het grotduiken : de « regel van drie ». Eén derde voor de afdaling, één derde voor het stijgen en decompressie en één derde reserve.

Methode 3

Het gebruik van een extra deco-fles al dan niet met verrijkt gasmengsel.

Dit wordt meer en meer toegepast op cruises waarbij een fles of een set flessen of zelfs een rechtstreekse aansluiting onder de boot wordt gehangen.

D. Hoe vermijd ik de caisson ?

a) Ken je computer

Als je niet vertrouwd bent met de duikcomputer die je gebruikt doe dan geen deco-duik om te kijken wat er gebeurt. Sommigen computers slaan uit of in ‘off ‘- mode als bepaalde deco-info genegeerd wordt. Anderen beginnen rollende gegevens te geven als je een bepaalde diepte overschrijdt. Nog anderen hebben zo’n oubollige deco-modellen dat je meer deco-tijd hebt dan eigenlijke duiktijd.

b) Beheers en bekijk je stijgsnelheid

De stijging is een deel van het totale decompressie-profiel. Als je verondersteld wordt van 2 minuten over een stijging te doen moet je dit niet in 30 seconden doen. Ook mag je niet abnormaal traag stijgen want dan draagt dit alleen maar bij tot de extra opname van stikstof. Vooral tijdens het diepere deel van de stijging. De meeste computers echter geven alleen één visueel of auditief signaal als je te snel stijgt volgens het gevolgde deco-model.

c) Controleer je drijfvermogen

Blijf gecontroleerd stijgen en stop volledig minstens één meter voor de vereiste deco-diepte zodat je deze deco-diepte rustig kan bereiken. Gebruik extra lood om het positief drijfvermogen van een lege fles te compenseren.

d) Blijf ter plaatse

Je eerste deco-duik moet je doen als er een soort van houvast aanwezig is op de deco-diepte, zoals een ankerlijn of deco-lijn. Dit geeft ook extra houvast als er stroming staat of als de boot aan het ankertouw trekt.

e) Hou het eenvoudig

Ervaring opdoen doe je met deco-duiken met slechts 1 stop. Je gaat pas verder als je zeker bent van je eigen kunnen. Dus als je je kunt uitbalanceren, je verbruik goed kent en je meters goed kunt lezen.

f) Doe ze volledig

Nooit een trap inkorten. Doe de volledige tijd op de juiste diepte. Het is goed om de laatste stop uit te breiden en te beschouwen als een veiligheidsstop.

g) Neem de juiste houding aan

Als je een vertikale houding aanneemt moet je je diepte meten ter hoogte van de borstkas. Beter nog is het om een horizontale positie aan te nemen zodat het hele lichaam aan dezelfde druk onderhevig is.

h) Kalmeer

Decompressie moet relaxed uitgevoerd worden anders is het geen decompressie. Zachte bewegingen zijn goed om de ontzadiging te bevorderen. Je mag echter absoluut geen inspanningen doen. Als je aan een decolijn hangt kan je rustig de armen bewegen en fietsbewegingen maken met de benen.

i) Niet afkoelen

Lange stops veroorzaken snel koude-gevoel, ook in tropische wateren. Een deco- duiker zou zich altijd iets warmer moeten aankleden dan een gewone duiker.

E. Deco-duiken – De echte Risico’s

Goed uitgevoerde trappen verkleinen sterk het risico op een deco-ongeval, ook de hoeveelheid ‘silent bubbles’ wordt sterk vermindert. Men kan zelfs zegggen dat een goed uitgevoerde deco-duik minder risico’s inhoudt dan een duik naar gemiddelde diepte (> 18m) zonder trap.

Het grote verschil echter is dat een deco-duiker zich van een veilige positie snel naar een gevaarlijke positie begeeft als hij de stops niet goed doet. Daarom heeft hij extra uitrusting nodig die hem toelaat om problemen op diepte op te lossen, omdat oppervlakte maken geen aanvaardbare oplossing is.

a) Hoe meer materiaal hoe groter het gevaar op een letsel aan boord van een schip
b) Hoe meer materiaal hoe meer waterweerstand en hoe groter de inspanning
c) Hoemeermateriaalhoemeererstukkangaan
d) Omdat de trapdiepte niet voorbij gegaan kan worden is het risico groter om ver
meegenomen te worden door de stroming
e) Deco-duiken duren langer en verhogen dus de kans op onderkoeling.
f) Lange duiken hebben meer kans om problemen te geven onder water dan korte
duiken.

BESLUIT

Deco-duiken in de ware zin van het woord is dus iets wat extra training vereist boven de gewone duikvorm (lees ‘brevet’).

De enige manier om echte comfortabel te leren deco-duiken is een opleiding volgen bij een ervaren, verantwoordelijke instructeur. Hierbij ondersteund door duidelijk afgebakende regels binnen een federatie.